examenwoorden

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132
Across
  1. 3. schijnbare tegenstrijdigheid
  2. 6. tekst waarin lezer aan het denken wordt gezet
  3. 9. kort (grappig) verhaaltje
  4. 10. logisch opgebouwd wat betreft de gebruikte argumenten
  5. 12. signaalwoord voor tegenstelling
  6. 13. fout in argumentatie
  7. 15. goede raad of advies
  8. 19. signaalwoord voor conclusie
  9. 20. de mening van de schrijver komt naar voren
  10. 22. aansporen tot handelen
  11. 24. vaststelling
  12. 27. karakteriseren, opvatten
  13. 28. eis waaraan moet worden voldaan voordat iets kan plaatsvinden
  14. 32. niet uitdrukkelijk gezegd
Down
  1. 1. bewijs dat een bewering of argumentatie niet juist is
  2. 2. signaalwoord voor opsomming
  3. 4. feitelijk, zonder mening van de schrijver
  4. 5. signaalwoord voor vergelijking
  5. 7. spottend
  6. 8. eis waaraan moet worden voldaan voordat iets kan plaatsvinden
  7. 11. bezwaar tegen eerdere bewering of argumentatie
  8. 14. signaalwoord voor voorwaarde
  9. 16. uitleg waarom zoiets is als het is
  10. 17. kalm, zakelijk, zonder veel emoties
  11. 18. weerlegging van een bewering of argumentatie
  12. 20. bedoeling van de schrijver met een tekst
  13. 21. neerleggen bij, aanvaarden
  14. 23. kritische opmerking
  15. 25. standpunt afzwakken
  16. 26. afzwakken
  17. 29. nauwkeurige omschrijving van een bepaalde term
  18. 30. weging van voor- en nadelen
  19. 31. een stukje tekst letterlijk aanhalen