Exercise de vocabulaire
Across
- 2. Duurzaam
- 3. Meenemen/afhalen
- 5. Forceren
- 7. Steun
- 8. Aanklagen
- 9. Wakker
- 10. Afsluiten
- 12. Voorkomen/beletten
Down
- 1. Dreigen
- 4. cessez-le-feu Het staakt het vuren
- 5. Bewust
- 6. Vergelding
- 11. Besturen
- 13. Maatregelen