Farah
Across
- 1. wit
- 3. de stad
- 6. roze
- 7. groot
- 10. Italiaan
- 11. Frankrijk
- 12. de vriendin
- 13. Spanje
- 14. de tent
- 16. tot ziens
- 18. de jongen
- 20. Mexicaan
- 21. Engeland
- 23. hij / zij / u heet
- 24. je spreekt
- 26. het liedje
- 29. het/hij/zij is, u bent
- 30. de vakantie
- 31. jij heet
- 32. paars
- 34. de deelneemster
- 36. groen
- 37. ik heb
- 38. laatste
- 39. in Barcelona
- 41. bruin
- 43. goed
- 45. ik heet
- 46. Duitser
- 48. het telefoonnummer
- 51. ik ga
- 52. rood
- 54. goed gedaan
- 55. Duitsland
- 57. hallo!
- 58. tot gauw
- 60. waar?
- 61. fantastisch
- 63. zwart
- 64. ja / wel
- 66. grijs
- 67. heel, erg
- 69. het zwembad
- 72. ik ben
- 74. de zoon
Down
- 2. het meisje
- 3. de zus
- 4. zingen
- 5. geel
- 8. ook
- 9. de vriend
- 15. het dorp
- 17. de presentator
- 18. de camping
- 19. Nederland
- 22. de dochter
- 25. Hoe gaat het?
- 26. het lievelingsliedje
- 27. Nederlander
- 28. Spanjaard
- 29. de deelnemer
- 31. hij/zij is 14 jaar
- 32. ik woon in
- 33. jij gaat
- 35. oranje
- 40. goedendag
- 42. blauw
- 44. goedenavond
- 47. vlakbij; dichtbij
- 49. de broer
- 50. ik ben 15 jaar
- 53. nee
- 56. Mexico
- 59. wij hebben
- 62. Engelsman
- 65. wij gaan
- 68. ik
- 70. eerste
- 71. Italiƫ
- 73. En jij?