Film- en toneeltaalwoorden

123456789101112131415
Across
  1. 1. Horizontale beweging van de camera naar links of rechts
  2. 2. Het hoogtepunt in het verhaalverloop
  3. 4. Wereldberoemde theater waar Shakespeare zijn toneelstukken vertoonde
  4. 6. Theaterstuk waarbij maar één stem, één acteur aan het woord is
  5. 7. Griekse wraakgodinnen
  6. 9. Plaats waar je de camera neerzet
  7. 12. Camera beweegt om een object heen
  8. 13. Tegenspeler van de protagonist
  9. 14. Kiezen en regisseren van acteurs
  10. 15. Opeenvolging van shots op dezelfde plaats en tijd
Down
  1. 1. Eerste vijf minuten van de film
  2. 3. Symbolische voorstelling van een idee of een abstract begrip
  3. 5. Een schouderopname geeft een ... uitstraling
  4. 8. Iemand op zijn nummer zetten (ook populair in voetbaltaal)
  5. 10. Mens die niet kan lezen of schrijven
  6. 11. Weinig beweging (tegengestelde van dynamisch)