Frans

123456789101112131415
Across
  1. 3. Voertuig waarin je kunt varen
  2. 6. Waar je in rijdt op de weg
  3. 7. Voertuig waarin je vliegt
  4. 9. 'Hoe veel is het? Het is ....... '
  5. 10. Zo communiceren we met elkaar
  6. 11. Plek waar vier wegen bij elkaar komen
  7. 12. Als je over de weg gaat
  8. 14. Waar je stopt als je in de trein zit
  9. 15. Voertuig waarbij getrapt moet worden
Down
  1. 1. Ergens je tijd verdoen
  2. 2. Een boog over het water
  3. 4. Als je iets met je meeneemt
  4. 5. Veder gaan
  5. 8. Als je de weg niet kan vinden
  6. 13. Als je ergens naar toe gaat leg je dit af