Franse leenwoorden

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 4. Een middeleeuwse dichter en zanger.
  2. 5. Een reeks optredens in verschillende steden of landen.
  3. 6. De donkere omtrek van een vorm, vaak tegen een lichte achtergrond.
  4. 7. Een kortere of snellere weg die niet veel mensen kennen.
  5. 10. Een verwarmd bedje voor te vroeg geboren baby’s.
  6. 11. Een bon waarmee je korting krijgt of iets kunt inwisselen.
  7. 12. Een straal water waarmee je jezelf wast.
  8. 13. Een roodkleurig make-upproduct voor op de wangen.
  9. 14. Een voorwerp dat je meeneemt als herinnering aan een plek of gebeurtenis.
  10. 18. Iemand die nieuwsberichten schrijft of presenteert.
  11. 20. Een ticket waarmee je heen en terug kunt reizen.
  12. 21. De hoogste bestuurder van een regio of kolonie.
  13. 23. Een heldere soep of basis voor soep, getrokken van vlees of groenten.
  14. 25. Een deel van een lied of gedicht dat meerdere keren voorkomt met wisselende tekst.
Down
  1. 1. Een uitleg van hoe je ergens naartoe moet reizen.
  2. 2. Manier om niet op te vallen door kleuren of patronen aan te passen aan de omgeving.
  3. 3. Een langwerpige groene groente, familie van de komkommer.
  4. 7. Een winkel waar je herinneringen aan een plek kunt kopen.
  5. 8. Een afgesloten zitgedeelte in een trein.
  6. 9. Een vaste weg waarlangs goederen vervoerd worden voor handel.
  7. 10. Een afgesloten gedeelte in een trein of een auto met een sportief design.
  8. 15. Iets wat je regelmatig op dezelfde manier doet.
  9. 16. Zichzelf wassen onder een straal water.
  10. 17. Een nieuwsuitzending op radio of televisie.
  11. 19. Een lange reis of tocht langs verschillende plekken.
  12. 22. De grenscontrole waar goederen en personen worden gecontroleerd.
  13. 24. De weg die je aflegt om ergens te komen.