fruit en groenten

123456789
Across
  1. 2. ik ben een stuk fruit. Ik ben rood en heb een groen steeltje.
  2. 5. ik ben een groente. Ik ben groen, lang en dun. Ik lijk op een courgette.
  3. 7. Van mijn ouders moet ik altijd alles ... Ik mag niet van tafel vooraleer mijn bord leeg is.
  4. 8. als je mij snijdt, begin ik vaak te huilen.
  5. 9. als ik mijn fruit te lang laat liggen, begint het te ...
Down
  1. 1. de buitenkant van een stuk fruit
  2. 2. ik ben een groente, ik ben bruin en je kan frietjes van mij maken.
  3. 3. ik ben een stuk fruit. Ik ben geel, dun en lang.
  4. 4. deze groente zie ik veel tijdens Halloween
  5. 6. Wat je 's morgens eet voor je naar school komt.