Gehechtheid
Across
- 5. Het kind aanvaardt troost van iedereen, maakt geen onderscheid tussen mensen
- 7. Wanneer er in de vroege kindertijd geen warme, betrouwbare en vaste verzorgingsfiguren aanwezig zijn
- 9. Het kind is niet langer angstig wanneer de verzorger weggaat en kan werken aan een gemeenschappelijk doel
Down
- 1. De relatie met de gehechtheidspersoon is zodanig dat het kind zich veilig en geborgen voelt
- 2. De angst die kinderen ervaren wanneer ze vastgehouden of verzorgd worden door onbekenden
- 3. Het kind verkiest gezinsleden, maar protesteert niet wanneer ouders weggaan
- 4. Personen die in aanmerking komen om een hechtingsrelatie op te bouwen
- 6. De relatie met de gehechtheidspersoon is niet goed. Het kind voelt zich niet veilig en gebogen
- 8. De angst dat als een persoon weggaat, die niet meer terugkomt