GES - Puzzel met begrippen TV1-6

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Across
  1. 2. Religie gesticht door de profeet Mohammed met de god Allah.
  2. 8. Staatsvorm met alle macht voor koning die alleen verantwoording aan God hoeft af te leggen
  3. 9. Een groot rijk onder de macht van een keizer of van een volk.
  4. 12. Nederlandse handelsonderneming in de ‘Oost’
  5. 14. Duitse kerkhervormer
  6. 15. Acte van …..
  7. 18. Het streven van vorsten om hun hele gebied vanuit één plaats te regeren op dezelfde wijze.
  8. 19. Letterlijk: voor-geschiedenis. De periode in de geschiedenis waarin mensen in een bepaald gebied geen schrift kennen en gebruiken.
  9. 20. Een land waarin sprake is van wetgeving, rechtspraak en duidelijk bestuur, met een overheid die besluiten neemt voor alle inwoners.
  10. 21. Kerkelijke rechtbank die niet-katholieken opspoorde en veroordeelde
  11. 25. Het indelen van de samenleving in verschillende groepen naar gelang belang.
  12. 28. Gebied dat een leenman in bruikleen kreeg van een leenheer in ruil voor ondersteuning bij bestuur en militaire steun.
  13. 31. Aangekochte producten worden opgeslagen tot prijzen gunstig zijn
  14. 32. De periode tussen ongeveer 375 en 600 waarin het Romeinse Rijk onder druk stond en het Romeinse Rijk uiteenviel door grote verplaatsingen van Germaanse en andere volkeren.
  15. 35. Het overnemen van (delen van) de cultuur van de Romeinen.
  16. 36. Katholieke benaming voor niet-katholieken
  17. 38. De strijd van de standen, steden en gewesten voor het behoud van privileges.
  18. 39. Cultuurstroming die mens centraal stelt als individu
  19. 40. Tot het christendom bekeren.
  20. 41. Alles wat een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken voortbrengt, zoals taal, godsdienst, kunst, normen en waarden.
  21. 42. Franse kerkhervormer
Down
  1. 1. Nederzetting van waaruit handel werd gedreven met het moederland
  2. 3. Beroep waarbij een handwerker met gereedschap eindproducten maakt.
  3. 4. Graanhandel van Republiek in Oostzeegebied
  4. 5. De handel tussen Europa, Afrika en Amerika
  5. 6. Religie waarin één god wordt vereerd. Niet als oppergod, maar als enige god.
  6. 7. Economisch systeem van een door vrijen en horigen bewerkt landgoed.
  7. 10. Religie waarin meerdere goden tegelijk worden vereerd.
  8. 11. Heroveringstochten van christelijke legers uit Europa om gebieden te veroveren op moslims.
  9. 13. Alles wat betrekking heeft op landbouw
  10. 16. Het streven van vorsten naar een aaneengesloten grondgebied met duidelijk bestuur.
  11. 17. Boer die aan het domein van een heer gebonden is.
  12. 22. De strijd tussen de paus en Duitse vorsten om het recht bisschoppen te benoemen.
  13. 23. Bestuurssysteem dat berust op verhouding leenheer en leenmannen.
  14. 24. Hoogste ambtenaar in het gewest Holland
  15. 26. Aangewezen of gekozen bestuurder van een stad.
  16. 27. Geestelijke die mensen probeert te bekeren tot het christendom.
  17. 29. De oudste monotheïstische godsdienst.
  18. 30. De periode tussen ongeveer 300 v. Chr. en 30 v. Chr. waarin de Griekse cultuur werd verspreid over het hele gebied dat Alexander de Grote had veroverd.
  19. 33. Samenwerkingsverband van ambachtslieden met hetzelfde beroep in een stad.
  20. 34. Zelfvoorzienend, weinig afhankelijk.
  21. 37. Met een vaste, permanente woonplaats.