Grammar tijden

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 3. Deze grammaticale tijd geeft aan dat iets in het verleden is gebeurd en nu afgelopen is
  2. 7. Je gebruikt dit grammaticale onderdeel wanneer je wilt vertellen wat iemand anders gezegd heeft
  3. 8. Dit hulpwerkwoord wordt vertaald naar 'zou mogen'
  4. 9. Deze relative clause gebruik je om bezit aan te geven
  5. 10. Deze grammaticale tijd geeft aan dat iets in het verleden gebeurd is en nu nog steeds bezig is, of dat je er de resultaten nu van merkt
  6. 11. Dit hulpwerkwoord wordt vertaald naar 'moet'
  7. 14. Dit hulpwerkwoord wordt gebruikt om zekerheid, noodzaak of verplichting uit te drukken
  8. 15. Bij deze grammaticale tijd moet je een actieve zin gaan veranderen
  9. 18. Welk werkwoord neem je over uit de originele zin om een short yes/no answer te geven?
  10. 20. Dit hulpwerkwoord wordt gebruikt om advies te geven, en om te vertellen dat iets gedaan zou moeten worden
Down
  1. 1. Deze relative clause kan jij bij personen, dieren en dingen gebruiken maar is informeler
  2. 2. Je gebruikt deze grammaticale tijd om aan te geven dat iets eerder is gebeurd dan iets anders.
  3. 4. Deze tijd gebruik je bij de future om te praten over afspraken in de nabije toekomst waarvan de plaats en/of tijd vaststaat
  4. 5. Deze tijd gebruik je bij de future wanneer het gaat om tijden volgens een vast schema
  5. 6. Deze relative clause gebruik je bij dieren en dingen
  6. 11. Dit hulpwerkwoord wordt vertaald naar 'mogen'
  7. 12. Deze relative clause gebruik je bij personen
  8. 13. Dit gebruik je als iets niet toegestaan is volgens de regels
  9. 16. Dit hulpwerkwoord wordt vertaald naar 'zou moeten'
  10. 17. Deze tijd is niet de past of de present maar de...
  11. 19. Dit woord gebruik je in de future als je een voorspelling doet waarvoor je GEEN bewijs hebt.