Groep 6, eenheid 1 - les 1 en 2
Across
- 4. Een neus met een puntje dat een beetje omhoog wijst.
- 6. Een groente met stevige witte blaadjes. Het heeft een bittere smaak.
- 10. Rode wangen.
- 13. Heel veel op elkaar lijken.
- 16. Een bult.
- 17. Bijna nooit.
- 18. Haar zonder krullen.
- 19. Een pluk haar die omhoog staat. Vooraan op je hoofd.
Down
- 1. Een beetje gemeen lachje.
- 2. Nogal dun, maar niet te mager.
- 3. Gauw boos.
- 5. Als iets moeilijk in elkaar zit
- 7. Hoe je van binnen bent.
- 8. Een beetje dik.
- 9. Een lelijk bultje op je huid.
- 10. Een grote, onvriendelijke man of jongen.
- 11. Een bruine vlek op je hoofd. Vaak al vanaf je geboorte.
- 12. Iemand van je familie.
- 14. Hoe je eruit ziet
- 15. Haar met heel kleine krulletjes
- 18. Een klein bruin vlekje op iemands huid. Vooral in het gezicht en op de armen.