GS hoofdstuk 2-3-5

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839
Across
  1. 2. een vereniging van mensen die in een stad hetzelfde beroep uitoefenen; het gilde had bepaalde regels en hielpen elkaar als er problemen waren
  2. 5. een heilig boek van de christenen
  3. 6. mensen uit de rijke burgerij die onder leiding van de schout zorgden voor de rechtspraak
  4. 8. een ambachtsman die met succes de meesterproef heeft afgelegd en is toegelaten tot het gilde;
  5. 10. verhaal over goden of halfgoden, of een verhaal dat word gehouden, maar niet helemaal op feiten bewust
  6. 12. systeem waarbij een heer grote stukken land aan leenmannen te leen gaf in ruil voor trouw en steun
  7. 13. een trektuig rond de hals van een trekdier, waardoor het ploegen beter ging
  8. 14. Geloof in god, volgens de leer van Jezus Christus
  9. 16. Het overnemen van de romeinse cultuur door de volken die bij het romeinse rijk hoorden
  10. 18. Hoogste bestuur van het romeinse rijk
  11. 19. (ook wel vazal) iemand die een heer hielp bij het bestuur, die rechtspraak en de oorlogvoering en als beloning een stuk land in leen had
  12. 22. geestelijke mannen die samen met anderen in een klooster woont om zijn leven aan god te wijden
  13. 24. gebied waar één heer de baas was; het bestond uit de hoeve van de heer
  14. 25. Leger dat bestaat uit soldaten die van vechten hun beroep hebben gemaakt
  15. 27. werkzaamheden die horigen voor de heer moesten doen
  16. 31. islamitisch gebedshuis
  17. 33. een vergadering van burgers die de besluiten van de schepenen goed keurde; de stadsraad had één of meer burgemeesters
  18. 34. Heilig boek van de islam, waarin de belangrijkste regels en voorschriften van het islamitische geloof staan.
  19. 35. samenwerking tussen noordwest-Europese handelssteden
  20. 36. goed gewapende en beschermde ruiter
  21. 38. een land dat centraal word bestuurd en waarin overal dezelfde wetten en regels gelden
Down
  1. 1. boer die geen eigen grond had, maar die moest werken op de grond van een heer en die de grond van de heer niet mocht verlaten zonder zijn toestemming
  2. 2. een soort provincie met eigen regels, wetten en bestuurders
  3. 3. Gebouw waarin een of meer goden worden vereerd
  4. 4. bossen en moerassen bruikbaar maken voor landbouw
  5. 7. voorzitter van de rechtbank, die benoemd werd door de heer van het gebied
  6. 8. Periode van 500 tot 1500 na christus
  7. 9. Iemand die het eigendom is van iemand anders, en die dus niet vrij is en geen rechten heeft.
  8. 11. iemand die zoekt naar wijsheid en kennis om de wereld en de mens beter te begrijpen
  9. 14. Geloof in god, volgens de leer van jezus christus
  10. 15. een landbouw methode waarbij het akkerland in Drieën is verdeeld
  11. 17. Mensen die oorspronkelijk in het gebied van duitsland en Nederland leefden, zoals de Friezen en de Bataven
  12. 20. het verzamelen van kennis door bestudering van een verschijnsel
  13. 21. officiële inwoners van een stad in de middeleeuwen
  14. 23. de kerk van een bisschop
  15. 26. iemand die grote stukken land uitleende aan leenmannen in ruil voor hun trouw en steun
  16. 28. aanhanger van de islam, volgeling van Mohammed
  17. 29. gebouw waar het stadsbestuur van een stad met stadsrechten vergaderde
  18. 30. Bewoners van de romeinse provincie Judea; zij geloven in één god en leven volgens het oude testament
  19. 32. De hoogste geestelijke van de christelijke(katholieke) kerk
  20. 34. Gebouw dat is gewijd aan de eredienst van de christelijke god
  21. 37. geloof in Allah, volgens de leer van Mohammed
  22. 39. groep mensen met bepaalde voorrechten; de edelen hadden een erfelijke titel ( bijvoorbeeld graaf of hertog)