H11

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 4. in deze bloedvaten stroomt bloed van het hart af
  2. 5. de route van het bloed van de rechterharthelft via de longen naar de linkerharthelft heet de ………… bloedsomloop
  3. 8. ECG
  4. 11. de hoeveelheid bloed die een hartkamer per hartslag verlaat
  5. 13. deze bloeddruk noemen we ook wel de systolische druk (als kamers samentrekken)
  6. 17. in dit bloedvat is er een grote stroomsnelheid en een hoge bloeddruk
  7. 19. een kransslagader kan door vetachtige stoffen vernauwd raken, bijvoorbeeld door …………….
  8. 21. tussen de boezem en de kamer bevinden zich de …………………
  9. 22. …………….. rond de bloedvaten regelen de bloedverdeling in het lichaam
  10. 23. in deze bloedvaten verhinderen kleppen dat het bloed terugstroomt
Down
  1. 1. een deel van de weefselvloeistof gaat niet terug naar het haarvat, maar wordt opgenomen in …………………
  2. 2. rode bloedcellen bevatten ……………….., dit bindt O2
  3. 3. rond je lichaamscellen in de weefsels bevindt zich een waterig vocht: ………………..
  4. 6. bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan in rode beenmerg uit ……………….
  5. 7. als boezems en kamers ontspannen (diastole) noemen we dit de ……………
  6. 9. het aantal hartslagen per minuut
  7. 10. een vernauwing in een van de kransslagaders kan leiden tot een ………………
  8. 12. de hartslag begint bij de ………………….(in de rechterboezem)
  9. 14. Bij hartritmestoornissen kan een …………….. ervoor zorgen dat het hart weer in het juiste tempo gaat slaan
  10. 15. dit hormoon wordt gemaakt door de nieren en stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen
  11. 16. aan begin van een haarvat is de bloeddruk zo hoog dat bloedplasma uit het haarvat wordt geperst, dit noemen we …………….
  12. 18. de wand van een …………… is maar één cellaag dik
  13. 20. Een …….. bloeddruk is een risicofactor voor hart- en vaatziekten