Herhaling hoofdstuk spelling

12345678910111213141516
Across
  1. 2. Het meervoud van knie.
  2. 4. een kap van een lamp (samenstelling)
  3. 5. Ik heb ... een cadeautje gegeven.
  4. 10. Het meervoud van museum
  5. 11. Het verkleinwoord van koning.
  6. 12. Een man en vrouw die beide verdienen.
  7. 13. Het verkleinwoord van auto.
  8. 14. 340 voluit geschreven
  9. 16. Dit teken die een deel van een citaat weglaat (...) noem je?
Down
  1. 1. Maaltijden die je alleen maar hoeft op te warmen.
  2. 3. Het toevoegen van een overbodig woord, zoals rood bloed.
  3. 6. Hoe noem je het als je van huis naar je werk rijdt?
  4. 7. De jeugd in grote steden hebben geen hangplek. Deze fout noem je ...?
  5. 8. Het door elkaar halen van woorden, zoals opnoteren.
  6. 9. De taxichauffeur is trots op .... auto.
  7. 15. Christelijke feestdag waarop mensen gedenken dat Jezus naar de hemel ging.