Herhaling paasexamen

12345678910111213141516171819
Across
  1. 2. Een vierhoek met precies 1 paar evenwijdige zijden
  2. 7. Een maat om het gewicht van voorwerpen te benoemen.
  3. 8. Inhoudsmaat die gelijk is aan ml
  4. 10. Om dit te bepalen gebruiken we vlaktematen
  5. 13. Een ander woord voor 'voorbeeld'
  6. 14. Een vlakke figuur begrensd door lijnstukken.
  7. 16. Groter dan liter en kleiner dan hectoliter
  8. 17. Zeggen we voor het woord meter, als er m² staat.
  9. 19. Een vierhoek met vier even lange zijden, maar niet met vier even grote hoeken.
Down
  1. 1. Een lijnstuk dat twee overstaande hoekpunten van een vierhoek verbindt.
  2. 3. Het onderdeel van wiskunde, dat in het boek op gele blaadjes is gedrukt.
  3. 4. Datgene wat rond de figuur gaat en uitgedrukt wordt met lengtematen.
  4. 5. Is kleiner dan meter en groter dan centimeter
  5. 6. Wat er overblijft als je netto aftrekt van bruto.
  6. 9. Een hoek gelegen tussen een rechte en een gestrekte hoek.
  7. 11. Een hoek van 360°
  8. 12. Overzetten van de ene maat naar de andere (voorbeeld: 4ml=__cl)
  9. 15. Een maat die boeren gebruiken als ze m² bedoelen.
  10. 18. Een hoek van 0°