Herhaling spellingsregels
Across
- 3. Deze persoon woont naast jou.
- 4. Vissen ademen door hun ...
- 5. Wanneer je op een hond zijn staart trapt, dan ... hij.
- 8. Water is een soort van ...
- 10. Bah, het zwembad smaakt naar ...!
- 13. In het ziekenhuis werken veel ... Hun taak is erg belangrijk, maar het zijn geen dokters.
- 14. Deze vissen zijn lang en glibberig. Nederlanders zijn er dol op.
Down
- 1. Dit zet je wanneer er muizen in je huis zitten.
- 2. Die man wordt ... van diefstal en wordt door de politie overhoord.
- 6. De man toont ... in het huis. Hij wil het graag kopen.
- 7. Wat ben je ...! Jij wil altijd alles weten.
- 9. Als het brandt, dan komt dit team de brand blussen.
- 11. De ... is afgesloten, je kan er niet in.
- 12. Vroeger bracht dit dier de post rond.