Herhaling Unité 1,2 en 3 - geef de Franse vertaling
Across
- 3. hier
- 4. school
- 6. vas jij gaat
- 7. garage
- 8. en
- 11. goedendag
- 12. papa
- 16. va zij gaat
- 18. hallo, dag
- 20. waar
- 21. ja
- 22. meneer
- 25. gaan
- 28. revoir tot ziens
- 29. mevrouw
Down
- 1. goed
- 2. postkantoor
- 5. huis
- 9. telefoon
- 10. wie
- 11. goedenavond
- 13. met
- 14. hij
- 15. ziedaar
- 17. nog
- 19. met jou
- 23. ogenblik
- 24. het gaat
- 26. daar
- 27. vais ik ga
- 30. mama