Het oog: Hoofdstuk 1 en 2

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637
Across
  1. 2. Het beeld dat voor het netvlies valt.
  2. 4. De sclera gaat vooraan in de cornea, dit noemt men de sclero-corneale verbinding.
  3. 6. Deel van de hersenen dat reactie van het beeld in gang zet.
  4. 9. Het vertoont een gelaagde structuur, het is een netwerk van collageenvezels die gesecreteerd werden tijdens de embryonale ontwikkeling.
  5. 12. Deze is opgebouwd uit polysachariden en eiwitten en wordt gesecreteerd door de conjunctiva.
  6. 13. Het is een secretieproduct van het endotheel, waarvan het sterk verdikte basale membraan vormt.
  7. 14. Dit is het netvlies, het licht gevoelige deel van het oog.
  8. 16. Deze wordt levenslang gesecreteerd door het endotheel, het is niet-gelaagd en homogeen van structuur.
  9. 17. Dit is een vocht ophoping in een bepaald lichaamsdeel.
  10. 19. Als het vocht in de blaasjes zit.
  11. 21. Het snelle bewegen van de (gesloten) ogen tijdens het dromen.
  12. 23. Noemt men ook lui oog, het afwijkende oog door strabisme kan na een bepaalde periode geen beeld meer waarnemen.
  13. 28. Dit bestaat uit 3 lagen: een mucoidlaag, een waterlaag en een lipidenlaag.
  14. 29. Dit is een dikke, doorzichtige laag van collageenvezels in een granulaire matrix.
  15. 30. Dit is een overgangszone waarin epitheel en bindweefsel van de cornea samenkomen met de conjunctiva en de sclera.
  16. 32. Ook wel hoornvlies genoemd, het doorzichtige uitstulpje van het oog. Hier vindt de eerst breking plaats.
  17. 33. Een geval waarbij de hersenen van beide ogen een beeld ontvangen, dat niet samen gepast kan worden tot een geheel. Dit wordt ook scheelheid genoemd.
  18. 34. Een veel voorkomende aandoening waar de oog vorm afwijkt. Bij een grote afwijking wordt je zicht aangetast.
  19. 35. Is de onderste laag van de stroma.
  20. 36. Het onbewust openen of sluiten van de pupil.
  21. 37. De lens dat te star wordt.
Down
  1. 1. Dit is het vaatlvies die een zwartbruine cellaag bezit, waarin zeer veel bloedvaten lopen.
  2. 3. Dit zijn cellen die collageen aanmaken.
  3. 5. Deze helpt het wegwerken van overtollig water uit de cornea.
  4. 7. Het niet realiseren wat de opgevangen beelden zijn.
  5. 8. Dit wordt ook het bindvlies genoemd, dit is een voortzetting van de huid van de oogleden.
  6. 10. Dit ontstaat wanneer blaren met vocht onder de basale cellaag ontstaan.
  7. 11. Dit is een eenlagig plaveisel epitheel, met platte zeshoekige cellen die onderling verbonden zijn.
  8. 15. De beschermende laag van de tunica fibrosa.
  9. 18. Het beeld dat achter het vlies valt.
  10. 20. Dit is het straallichaam, het bevindt zich tussen de iris en het vaatvlies en wordt tegen de sclera aangeduwd door de inwendige oogdruk.
  11. 22. Het doorzichtige laagje van het tunica fibrosa dat veel bloedvaten bevat.
  12. 24. Buitenste beschermende deel van de oogbol.
  13. 25. Dit wordt ook de zeefplaat genoemd, dit is het zwakste gebied in bindweefsellaag omdat daar de doorgang tot de nervus opticus is.
  14. 26. Dit is de beschermende laag tegen stof, bacteria
  15. 27. Dit is de voedende laag, wordt ook wel uvea of druifvlies genoemd.
  16. 31. Dit noemt men ook de substantia propria, Het is een doorzichtige laag collageenbindweefsel.