Het oog: hoofdstuk 4
Across
- 7. Staat in voor het detecteren van vorm en bewegingen is ook kegelrijk.
- 8. M-kegel werkt hier niet goed.
- 9. cellen Zijn speciale zenuwcellen, bestaat uit axon en dendrieten, vormen een dwarsverbindingen tussen de staafjes en de kegeltjes onderling, waarbij dendrieten vertrekken uit kegels en eindigen op staafjes. Voor 1 type wordt axoncontact gemaakt.
- 10. Beschikken over een grote nucleus en bevatten een minimum aan cytoplasma. Dendrieten vormen synaps met de fotoreceptoren en horizontale cellen en de axonen maken synaps met gangioncellen en amacrience cellen.
- 11. Derde type van de horizontale cellen. Lijken op HI, maar dendrieten zijn uitgebreider en asymmetrisch, met enkele zeer lange uitlopers.
- 12. L-kegel werkt hier niet goed.
- 14. Staat in voor het visuele scherpte en is staafjesrijk.
- 15. Deze hebben een groot cellichaam en gelobde nucleus, ze verschillen onderling in de omvang van hun dendrietenapparaat, de aard van de vertakkingen en de plaats in de plexiforme laag waar ze synapsen vormen.
- 16. Noemt men ook wel de netvliespurper, vindt je terug in de staafjes, zij staan in voor opvang van lichtprikkels
- 17. De binnenste lagen worden verzorgd door de vertakkingen van centrale retinaslagader.
- 18. Functionele groep staat op verschillende plaatsen in de keten.
- 20. Voorkomen van moleculen met dezelfde brutoformule maar met een verschillende structuur of configuratie.
- 21. Bestaat uit 2 delen: de ellipsoïde en de myoïde.
- 22. Vrije draaiing rond dit dubbele binding niet mogelijk.
- 24. Bevat weinig mitochondria, maar is rijk aan ribosomen, golgi-complexen en endoplasmatisch reticulum.
- 28. Zijn zenuwcellen die staafjes, kegeltjes en bipolaire en ganglioncellen onderling verbinden.
- 29. Voor eenzelfde brutoformule kunnen verschillende functionele groepen in de koolstofverbindingen voorkomen.
- 32. De buitenste lagen hun voeding krijgen vanuit het vaatvlies.
- 36. Deze cellen zijn verbonden met kegeltjes en bipolaire cellen uit de fovea in 1/1/1 verhouding. Ze vormen de weg voor doorgave van de scherpste beelden uit de fovea centralis.
- 38. Bestaat uit synapsen tussen uitlopers van staafjes en kegeltjes en de dendrieten van de bipolaire cellen in de volgende laag.
- 39. Bevat de bipolaire zenuwcellen, schakelzenuwcellen en ook de horizontale en amacriene cellen.
- 42. Vindt je terug in de kegeltjes, deze zijn gevoelig voor een andere kleur
- 43. Het membraan ondersteunt en isoleert de staafjes en kegeltjes, het is een fijn vlies tussen receptoren met talrijke doorboringen, waarin telkens een receptor ligt.
- 44. Noemt men ook wel het blinde vlek van Mariotte is de uitgang van de nervus opticus.
- 45. Wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van een groot aantal mitochondria.
- 48. Bestaat uit astrocyten, gliacellen en komen overal in het zenuwstelsel voor.
- 50. Synoniem van perifovea, is de meest perifere deel van de macula.
- 54. Laag waarin die cellichamen van de receptoren met de kernen gelegen zijn.
- 55. Een klein kuitje in het midden van de gele vlek met een diameter van 1,5 mm.
- 56. Verzamelen informatie van 15 tot 20 plaatjes centraal en perifeer tot 80 plaatjes.
- 59. Bestaat uit de celkernen van de bipolaire cellen.
- 61. Tweede type van de horizontale cellen. Deze cellen vormen het meest ingewikkelde dendrietennetwerk, axon kort en gekromd in plaats van recht.
- 62. Zijn vliezen zonder cellen, die bepalen de samenhang van een bepaalde cellaag verzekeren.
- 63. Aangeduid met s (van short) omdat ze het gevoeligst zijn voor kortgolvig licht.
- 65. Wordt gevormd door de synapsen tussen axonen van de bipolaire cellen en de dendrieten van de ganglioncellen.
- 66. Zijn morfologisch verschillen, ze convergeren informatie van 5 tot 20 kegeltjes. Je hebt 2 types hiervan de diffuse- en reus kegeltjes bipolaire.
- 67. Ligt in het centrum van de fovea met diameter van 0,35mm, dunste plek van de retina en Het bevat alleen kegeltjes.
- 68. Aangeduid met L, zijn de kegeltjes die het gevoeligst zijn voor langgolvig licht.
- 69. Deze bestaat uit proteïnen en glycosaminoglycanen.
- 70. Dit is een vorm van stereo-isomeren waarbij molecule geen spiegelbeelden zijn van elkaar.
Down
- 1. Staan aan de dubbele binding voorafgaande en de er op volgende koolstoffen aan dezelfde dubbele binding.
- 2. Aangeduid met m, zijn het gevoeligst voor een gebied tussen de blauwe kegeltjes en de rode kegeltjes.
- 3. Moleculen hebben dezelfde brutoformule, maar opbouw van de koolstofketen is verschillend.
- 4. Liggen juist achter de ora serrata, bezitten een onvolledige buitensegment.
- 5. Vertoont het midden van de papil een inzinking.
- 6. Wordt ook tritanopie genoemd, s-kegel werkt hier niet goed.
- 13. De cellen komen in groot aantal verschillende types voor, minstens 18. Er zijn verschillende classificaties hiervan sommige steunen op de vorm en andere op het functioneren of op het eindpunt van hun axonen.
- 19. Dit wordt ook de verbindingsdraad genoemd, is een smal deel dat de inwendig en uitwendig segment verbindt.
- 23. Bevat cellichamen van de ganglioncellen.
- 25. Zijn langer en breder, kegeltjes bevat 1000 tot 1200 plaatjes zonder laterale inkepingen.
- 26. Opvang van een lichtprikkel in het oog, door een chemische reactie.
- 27. Het ontvangt, uit de bloedvaten van de choriocapillaris het vitamine A
- 28. Uiteinde van een neron, die elektrische impulsen geleid.
- 30. Ook wel inwendige limitante genoemd, is een basaal membraan en staat in contact met de hyaloidaal membraan rond het glasachtig lichaam
- 31. Zijn zenuwcellen die een lichtprikkel van de fotoreceptoren ontvangen en doorsturen in de nervus opticus.
- 33. De laag met staafjes en kegeltjes, is de lichtgevoelige laag van het netvlies.
- 34. Ook wel gele vlek genoemd, is afgeleid van de gele vlek van de centrale retina, veroorzaakt door de aanwezigheid van carotenoïde pigment, hier bevindt
- 35. Deze zijn lichtgevoelig en staan in voor beweging en vorm.
- 37. Opgebouwd uit een uitwendig deel dat conisch is, is korter en breder, 200 tot 500 plaatjes aanwezig.
- 40. Waarschijnlijke posities om elektronen aan te treffen rond kern atoom.
- 41. Dit is de buitenste laag van de retina, het bestaat uit één laag gepigmenteerde hexagonale cellen, de basale zijde van de cellen ligt tegen de choroidea.
- 46. Ook de parafovea genoemd, de interne korrellaag en ganglioncellaag zijn het dikst hier, 0,5mm breed.
- 47. Eerste type van de 3 horizontale cellen. Cellen bezitten een klein dendrietennet, elke dendriet is relatief zwaar opgebouwd.
- 49. De zijkanten van de fysiologische kuil vertonen lichte verheffingen.
- 50. Deze cellen bezitten een breder dendrietennet, zodat er convergentie van grote aantallen receptoren en bipolairen kan gebeuren.
- 51. Ook constitutie- isomeren genoemd, bevatten dezelfde soort en hetzelfde aantal atomen, maar deze atomen zijn op verschillende manieren onderling verbonden.
- 52. Bevat een bolvormige kern, ligt bij de overgang van de binnenste segment naar axon of binnen het axon.
- 53. Ook geometrische isomeren genoemd, verschillen alleen in de manier waarop de atomen in de ruimtelijk georiënteerd zijn, maar zijn gelijk in opeenvolging van bindingen.
- 57. Deze komen enkel voor in de retina, zij lopen door de tien lagen van het netvlies en zij vertonen vertakkingen.
- 58. Dit is een vorm van stereo-isomeren waarbij molecule spiegelbeelden zijn van elkaar.
- 60. Hier staan aan de dubbele binding voorafgaande en de er op volgende koolstoffen aan de tegengestelde zijde van de dubbele binding.
- 64. Staan in voor kleurwaarneming.