Hoofdstuk 3 Begrippen Kruiswoord

123456789101112131415161718
Across
  1. 5. Oorlog tussen twee of meer groepen die in hetzelfde land leven.
  2. 7. De twee leiders van het Romeinse Rijk in de tijd van de republiek.
  3. 10. Slaven die door hun meester waren vrijgelaten. Pas hun kinderen kregen alle Romeinse rechten.
  4. 11. Volgelingen van Jezus van Nazareth. Dit geloof is monotheïstisch.
  5. 13. Een samenleving waarin de meeste mensen maar niet iedereen op het platteland leven is een ......-stedelijke samenleving.
  6. 14. Arme en werkloze Romeinen.
  7. 17. Alleenheerser. Kreeg veel macht in tijde van onrust voor een korte tijd.
  8. 18. Overnamen van de Romeinse cultuur door andere volken.
Down
  1. 1. Beroepsvechters (meestal slaven en misdadigers) die optraden in een amfitheater.
  2. 2. Een land met een president als staatshoofd
  3. 3. Staatshoofd (vaak ook de leider) van een republiek.
  4. 4. Periode tussen 300-500 N.Chr waar veel volken door Europa rondtrokken.
  5. 6. Versterkte noordgrens van het Romeinse Rijk
  6. 8. Vergadering van rijke Romeinse burgers die alle beslissingen maken.
  7. 9. Bisschop van Rome en leider van de christenen.
  8. 12. ........ Inferior is de naam van de Romeinse provincie die in delen van Nederland plaats vond.
  9. 15. Leider van christenen in een bepaald gebied.
  10. 16. De twee honderd jaar periode van vrede binnen het Romeinse Rijk is de Pax .........