Hoofdstuk 4 t/m 6 (zouten, koolwaterstoffen, reacties)
Across
- 5. de reactie waarbij een plant uit koolstofdioxide en water glucose maakt
- 8. reactie waarbij een lang koolwaterstof wordt opgebroken in een kleiner alkaan en een alkeen
- 11. ionen waarmee niets gebeurt in neerslagreacties en die je dus ook niet opschrijft in de vergelijking, noem je … ionen
- 14. stoffen met een -OH groep
- 15. dit ion ontstaat altijd wanneer een metaaloxide met water reageert
- 16. deze factor voor reactiesnelheid wordt vergroot wanneer je een stof fijn maalt
- 18. een zijtak met één C-atoom heet een … groep
- 19. als je deze factor voor reactiesnelheid vergroot, gaan de deeltjes sneller bewegen
- 20. energie die nodig is/vrij komt bij het maken van een molecuul uit de elementen
- 21. hoeveelheid opgeloste stof in mol per liter
- 24. reacties waarbij energie vrij komt noem je …
- 26. een evenwicht waarbij niet alle stoffen in dezelfde fase aanwezig zijn, noem je…
- 27. stoffen met een -COOH groep
- 28. reactie waarbij een dubbele binding open gaat en een stof wordt toegevoegd
Down
- 1. scheidingsmethode waarbij een mengsel van vloeistoffen wordt gescheiden op kookpunt
- 2. koolwaterstoffen met dubbele bindingen noem je …
- 3. een evenwicht waarbij alle stoffen in dezelfde fase aanwezig zijn, noem je…
- 4. mengsel van een fijn verdeelde vaste stof in een vloeistof
- 6. in tabel 45 van BINAS vind je de … van zouten
- 7. aantal bindingen dat een koolstof-atoom kan vormen
- 9. stoffen met een -NH groep
- 10. stof die een reactie wel versnelt, maar niet wordt opgebruikt
- 12. reacties waarbij energie nodig is noem je…
- 13. stoffen die ten minste één C en één H atoom bevatten
- 15. dit ontstaat wanneer een zout water opneemt in zijn kristalrooster
- 17. stoffen met zowel een -NH als een -COOH groep
- 22. stoffen met dezelfde molecuulformule maar een andere structuurformule
- 23. tijd die nodig is om evenwicht te bereiken
- 25. koolwaterstoffen zonder dubbele bindingen noem je …
- 27. aantal C’s in ethylbutaan