Hoofdstuk 7

12345678910111213141516
Across
  1. 3. Bedrijven die met machines producten maken uit grondstoffen.
  2. 4. Gebied dat lager ligt dan 200 m. Er zijn weinig hoogteverschillen.
  3. 5. Een land binnenkomen om er te gaan wonen. Als je dat doet, ben je een immigrant.
  4. 7. Gebied met bergen van 500 tot 1.500 m hoog.
  5. 8. Een extra belasting op goederen uit het buitenland om bedrijven in het eigen land te beschermen.
  6. 11. Vorm van landbouw waarbij gewassen als graan, mais en aardappelen op grote akkers worden verbouwd.
  7. 13. Overzees gebied waar mensen uit de Europese landen gingen wonen.
  8. 15. Overzees gebied waar rijke landen vooral grondstoffen vandaan haalden.
  9. 16. Een land verlaten om ergens anders te gaan wonen. Als je dat doet, ben je een emigrant.
Down
  1. 1. Gebied met heuvels tussen de 200 en 500 m hoogte.
  2. 2. Economisch systeem waarin de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd en voor welke prijs.
  3. 6. Economisch systeem waarin bedrijven eigendom zijn van privépersonen of families.
  4. 9. Klimaat met koele zomers en zachte winters en het hele jaar door neerslag.
  5. 10. Het verschil tussen immigratie en emigratie als er meer immigranten zijn dan emigranten.
  6. 12. Fabriek die van steenkool en ijzererts ijzer en staal maakt.
  7. 14. Je kijkt naar de basisbehoeften, wat mensen echt nodig hebben om redelijk te kunnen leven.