hotel
Across
- 2. Een hotel ... = reserveren.
- 4. De kamer is niet vrij.
- 7. De boeking stoppen.
- 9. Hier kan je slapen.
Down
- 1. Hier ga je inchecken en uitchecken.
- 3. Hier kan je zwemmen.
- 5. Zij poetst de hotelkamer.
- 6. 's Morgens kan je dit eten.
- 8. In deze kamer kan je zitten en ontspannen.