huisattributen

123456789
Across
  1. 3. Je hebt een bakje nodig om het te besturen.
  2. 4. Je kunt je er in wassen en je kunt er in liggen.
  3. 5. Gemakkelijk dicht te doen als de zon in je huis schijnt.
  4. 8. Als het eten klaar is ga je er dan gaan zitten.
  5. 9. Een voorwerp in de living waaraan je je kunt verwarmen want er komt vuur uit.
Down
  1. 1. Waar je jouw plasje doet.
  2. 2. Hierin kun je iets opwarmen.
  3. 4. Waar je 's avonds in gaat slapen.
  4. 6. Langwerpig, ding dat zacht is, je kunt er in zitten.
  5. 7. Waarin je eten klaargemaakt.
  6. 9. Hierop kun je de tijd oplezen.