ij en ei woorden

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 5. Iemand die op reis is of gaat
  2. 6. De lente, zomer, herfst of winter noem je een
  3. 7. Vrij omdat het te glad en koud is
  4. 8. Als je weggaat neem je van iedereen ...
  5. 11. Je legt je hoofd erop als je gaat slapen
  6. 12. Iemand die een beetje stout is, is ...
  7. 15. De baas van een fabriek of bedrijf
  8. 17. Raadselachtig
  9. 21. Een zomerkoninkje
  10. 23. Niets zeggen noem je ook wel
  11. 24. Moeder gaat voor mij een trui ...
Down
  1. 1. Een reis met een boot is een ...
  2. 2. Hiermee werkt een fotograaf of filmer
  3. 3. Een dor en droog gebied
  4. 4. Een pil, drankje of poeder wat je bij de apotheek haalt
  5. 9. 10 millimeter is 1 ...
  6. 10. Als je een wond op je hoofd hebt, heb je een ...
  7. 13. Iemand die in een fabriek werkt
  8. 14. Een veld waar koeien in staan
  9. 16. Verdelen
  10. 18. Het plein waar de markt wordt gehouden
  11. 19. Een ander woord voor getal
  12. 20. Ergens niet zeker over zijn
  13. 22. Olie gaat ... op het water