Intro, taak 1 en taak 2

123456789101112131415161718192021222324252627
Across
  1. 5. → zoet eten na de maaltijd
  2. 7. → jongen die naast je woont
  3. 8. → iets dat mensen vaak op dezelfde manier doen
  4. 9. → een moment waarop je iets drinkt (vaak alcohol)
  5. 12. → gekookt op vuur of grill
  6. 17. → denken dat iets waar is
  7. 19. → een plek waar je films kijkt
  8. 20. → klein dier uit de zee dat je kunt eten
  9. 21. → idee / plan dat je zegt tegen iemand en misschien gaat doen
  10. 22. → café / plek om te drinken
  11. 24. → gevoel dat je wilt eten
  12. 25. → belangrijkste/ het meeste eten van de maaltijd
  13. 27. → klein eten bij een drankje
Down
  1. 1. → taart met appel
  2. 2. → stuk vlees van koe
  3. 3. → verdrietig of jammer
  4. 4. → over een korte tijd
  5. 6. →voor iedereen drankjes betalen
  6. 7. → veel mensen kennen het
  7. 9. → een klein gefrituurd hapje (vaak bij de borrel)
  8. 10. → lijst met eten en drinken in een restaurant
  9. 11. → idee wat je gaat doen
  10. 13. → papier met wat je moet betalen
  11. 14. → ergens komen
  12. 15. → opnieuw bellen
  13. 16. → gekookt in een pan met olie
  14. 18. → gele, zure vrucht
  15. 23. → normaal
  16. 26. →ding waar drinken in zit