inzicht blz. 28+29
Across
- 4. klok met alarmfunctie om wakker te worden
- 6. met aandacht luisteren
- 8. ten slotte
- 9. iemand in de trein die kaartjes controleert
- 13. om mensen aan het lachen te maken
- 15. geld dat je moet betalen als je iets fout doet
- 16. je moet snel iets doen
- 18. commentaar
- 19. plaats op het station waar je in de trein stapt
- 20. fout gaan
Down
- 1. niet leuk
- 2. goed gaan
- 3. niet meer weten
- 5. kwaad
- 7. later dan gepland
- 10. vertellen hoe iets is
- 11. als gevolg daarvan
- 12. zwart geworden door vuur
- 14. per ongeluk tegen iets aankomen
- 17. kleine winkel