IO Winter Ine Coppens

1234567891011
Across
  1. 1. Lekker warm op je hoofd.
  2. 3. Is een vervoermiddel in de sneeuw.
  3. 6. Een pop van sneeuw.
  4. 7. Het koudste seizoen.
  5. 8. Bevroren water.
  6. 11. Steek je handen ergens in als je het koud hebt.
Down
  1. 2. Het valt uit de lucht en is wit.
  2. 3. Je gooit het naar iemand.
  3. 4. Het brand extra hard wanneer het koud is.
  4. 5. Een feest in december.
  5. 9. Glijd de heuvel af op latten.
  6. 10. Je doet het om je nek wanneer je het koud hebt.