jongerentaal
Across
- 3. geslachtsgemeenschap
- 4. laat maar komen / zeg het maar
- 7. eten
- 8. op't gemak
- 9. iemand met kleine borsten
- 12. iemand die veel studeert
- 14. hevig zoenen
- 15. kerel
- 16. down
Down
- 1. opzij gaan
- 2. iemand zijn achterste
- 3. ontblote bilspleet bij het hurken
- 4. overgeven / braken
- 5. tof
- 6. meisje
- 9. zeuren
- 10. vetbolletje op de heupen
- 11. geweldig
- 13. bestelen / bedriegen