jungle les 1

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. Heel warme landen met een jungle.
  2. 3. Het omzagen of omhakken van bomen.
  3. 5. Ver van de bewoonde wereld
  4. 8. Het oerwoud. Een bos met tropische planten. Het is er warm en vochtig.
  5. 9. Spannend of bijzonder.
  6. 10. Plek waar mensen of dieren worden verzorgd en geholpen.
  7. 12. De omgeving waarin een groep mensen of dieren leeft.
  8. 13. Contact hebben, bijvoorbeeld door te praten, te schrijven of met gebaren.
  9. 14. Een ontdekkingstocht, vaak in een vreemd land.
  10. 16. Heel hard, erg luid.
  11. 18. Puur, wild. De mens heeft het nog niet veranderd.
  12. 19. Plaatselijk.
  13. 20. Iemand die bezoekers of toeristen rondleidt of de weg wijst.
Down
  1. 1. Rondkijken om te ontdekken hoe de omgeving is.
  2. 4. Goed kijken naar wat iemand of iets doet.
  3. 6. Een natuurgebied dat beschermd wordt.
  4. 7. Een heel dun gordijn om een bed heen, het houdt insecten tegen.
  5. 11. Het bos in tropische landen.
  6. 15. Wat lang meegaat of lang blijft bestaan.
  7. 17. De plek waar je woont, meestal maar kort.