Juni
Across
- 2. Juni is de ... maand van het jaar.
- 4. De ... komt later voor dan de meikever, maar is wel familie.
- 7. Juni wordt ook wel de ... maand genoemd.
- 8. De maand juni heeft ... dagen.
- 11. Juni is de eerste maand van de ... zomer.
- 12. De sterrenbeelden van deze maand zijn ... en Kreeft.
- 13. Dit seizoen start in juni.
Down
- 1. Juni vochtig en warm, dan maakt ze de ... niet arm.
- 2. is er in juni pas ..., dan wordt de zomer klein maar fijn.
- 3. Tijdens de maand juni kennen we de ... dagen van het jaar.
- 5. Juni is genoemd naar de ... godin 'Juno'.
- 6. Een boon in juni ..., geeft vijftig in een hand.
- 9. Juni met veel ..., brengt de oogst ten onder.
- 10. Waait in juni de noordenwind over het land, dan krijgt de boer veel ... in z`n hand.