kader 3 unit 4
Across
- 2. dragen
- 4. opscheppen
- 7. duidelijk
- 11. schrijven
- 12. fantastisch
- 13. lof, compliment
- 15. zich afvragen
- 16. vakantieoord
- 17. van je leven
- 18. bevroren
- 19. onlangs
- 20. kleedkamer
- 23. beide
- 24. zonnebril
- 25. schans
Down
- 1. leiden
- 3. zelden
- 5. kunstmatig
- 6. reisleider
- 8. ettertje
- 9. teleurstellend
- 10. taalgebruik
- 13. bschermen
- 14. lawine
- 21. bevatten
- 22. lid
- 24. doorbrengen