Kerstpuzzel 2024

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152535455565758596061626364
Across
  1. 3. Type validiteit waarbij je kijkt of een predictor (zoals een test) toegevoegde voorspellende waarde heeft
  2. 4. De mate waarin een meting consistent of stabiel is
  3. 7. Volgers die zich aanpassen en niet in verzet komen, en daarmee destructief leiderschap mogelijk helpen maken
  4. 8. Psychologische stroming waarin het vrijwel uitsluitend ging om leerprocessen en bekrachtiging
  5. 13. Dit type rechtvaardigheid slaat op de wijze waarop een beslissing tot stand gekomen is
  6. 14. Afkorting voor de mate waarin iemands vaardigheden en andere eigenschappen passen bij (het type 'fit') een specifieke taak of functie
  7. 17. Het probleem dat een meting van werkgedrag relevante componenten van dat gedrag buiten beschouwing laat
  8. 19. De aantrekkelijkheid van een beloning of uitkomst (in Vroom's motivatietheorie)
  9. 20. Trainingsmethode waarin de echte werksituatie realistisch wordt nagebootst
  10. 25. Eén van de cultuurdimensies in Hofstede's cultuurmodel
  11. 27. De afkorting voor een leiderschapstheorie die zich richt op de kwaliteit van dyadische leider-volger-relaties
  12. 28. Eén van de drie persoonlijkheidstrekken in de 'Dark Triad'
  13. 30. Type team waarin mensen op afstand met elkaar samenwerken, meestal door middel van digitale technologie
  14. 31. Naam (afkorting) van een veelgebruikte maar niet-valide persoonlijkheidsvragenlijst die mensen indeelt in types zoals 'ISTJ' of 'ENTP'
  15. 36. Afkorting voor een model dat beschrijft waarom organisaties op den duur vaak steeds homogener worden
  16. 37. Afkorting voor het model van Holland waarin verschillende interesses tegen elkaar worden uitgezet
  17. 39. Eén van de drie interne factoren die werkprestaties beïnvloeden volgens het model van Campbell
  18. 40. De afkorting voor werkgedrag dat mensen niet per se hoeven te doen, maar dat wel nuttig of behulpzaam is
  19. 41. Onderzoeksmethode die het mogelijk maakt om valide causale conclusies te trekken
  20. 43. De Engelse naam voor het fenomeen dat mensen de organisatie verlaten en op zoek gaan naar ander werk
  21. 45. Datgene dat je (met een test of andere meting) probeert te voorspellen
  22. 49. Type stressor dat weliswaar tot stress leidt, maar mensen ook helpt te groeien of andere positieve resultaten te bereiken
  23. 50. Type leiderschap waarin het draait om de oprechtheid en integriteit van de leidinggevende; gaat vaak samen met het delen van een persoonlijk levensverhaal
  24. 52. Systematisch wegblijven van het werk
  25. 53. Acute emotionele toestand met een duidelijke aanleiding
  26. 55. Een term die slaat op de vraag waarom mensen wel of niet doordringen tot leiderschapsposities
  27. 57. Een willekeurige meetfout
  28. 59. Eén van de basisbehoeften in Deci en Ryan's Zelfdeterminatietheorie
  29. 60. Eén van de drie concepten in het ASA-model
  30. 61. Nieuw gedrag aanleren door imitatie van een ander die het gewenste gedrag vertoont
  31. 62. Dit kun je met je eigen functie doen om hem interessanter en/of minder belastend te maken
  32. 63. Hier is sprake van als blijkt dat de relatie tussen twee variabelen afhangt van een andere variabele
  33. 64. De tak van de AOP die zich sterk bezighoudt met vraagstukken rond de werving, selectie, en beloning van werknemers
Down
  1. 1. De Engelse naam van de persoonlijkheidstrek die werkprestaties het sterkste voorspelt
  2. 2. Eén van de drie facetten van burn-out
  3. 5. Type leiderschap dat vooral draait om ingrijpen als er iets misgaat en het belonen van gewenst gedrag
  4. 6. Het belonen van gewenst gedrag om toekomstig gedrag te stimuleren
  5. 9. Engelse naam voor een eis waar je in een selectieprocedure aan moet voldoen, en die je niet kunt compenseren met iets anders
  6. 10. Type design (in een validiteitsstudie) waarin de voorspeller en de uitkomstvariabele tegelijkertijd gemeten worden
  7. 11. Informatie over de resultaten van ons (werk)gedrag; deze kan zelf ook weer motiverend werken
  8. 12. Inschatting van een situatie om te bepalen of deze bedreigend is of niet
  9. 15. Bedenker van het beroemde, of beruchte, pyramidemodel van motivatie; een humanistische psycholoog
  10. 16. Type leiderschap dat gepaard gaat met (o.a.) inspirerende rolmodellen, intellectuele stimulatie en individuele aandacht
  11. 18. De afkorting voor ongewenst werkgedrag waarmee mensen elkaar of de organisatie dwars zitten
  12. 21. Een systematische vertekening
  13. 22. Type interview met relatief hoge validiteit
  14. 23. Het volgen van de regels die binnen een organisatie gelden, noemen we ook wel generalized …
  15. 24. Informatie die je bijvoorbeeld in een selectieprocedure verzamelt over iemands gedrag in het verleden, waarden, attitudes, etc.
  16. 25. Volgens Hertzberg's 2-factortheorie zorgt dit voor extra hoge werktevredenheid en inspanning
  17. 26. Afkorting voor werknemers die vanuit hun kennis over het werk informatie geven bij taak- of functieanalyse
  18. 29. De naam van het beroemde effect waarbij mensen zich anders gaan gedragen doordat er aandacht aan ze besteed wordt
  19. 32. De fase vóór een training waarin je nagaat wat mensen precies moeten doen om hun werk goed te doen
  20. 33. Model van diversiteitsmanagement waarin het erom gaat dat mensen dezelfde waarden en norman gaan delen als de rest van de organisatie
  21. 34. Type emotie dat je voelt als je vooruitdenkt aan iets dat je gaat doen of meemaken
  22. 35. Type leeruitkomst dat betrekking heeft op attitudes en gevoelens
  23. 38. Geeft ons gedrag richting, intensiteit, kwaliteit, en persistentie
  24. 42. De toepassing op het werk van wat je in een training geleerd hebt
  25. 44. De impliciete theorie dat intelligentie of andere eigenschappen niet te ontwikkelen zijn; je hebt het of je hebt het niet
  26. 46. Een voorbeeld van een rolstressor
  27. 47. Een type stressinterventie dat erop gericht is de gevolgen van stress te genezen
  28. 48. Pestgedrag ('bullying') op het werk (of daarbuiten) waarbij één persoon wordt gepest door een groep anderen
  29. 51. Eigenschap (afkorting) van veel steekproeven in de psychologie die de generaliseerbaarheid beperkt
  30. 54. Algemene theorie die uitgaat van een feedback loop waarmee mensen hun gedrag monitoren en aanpassen om doelen te bereiken
  31. 56. Eerlijkheidsregel waarbij het gaat om gelijke uitkomsten bij gelijke inspanning
  32. 58. Conflicthanteringsstijl met hoge 'concern for self' en lage 'concern for other'