klas 3 hfst 1 blz. 80+81
Across
- 5. precies
- 6. bord
- 8. glimlach
- 9. kapot
- 12. buurman
- 15. overhalen
- 17. buiten sluiten
- 18. maar
- 22. zich verontschuldigen
- 24. geopend
- 25. envelop
- 26. als
Down
- 1. vol
- 2. amper
- 3. krap,klein
- 4. wisselen
- 7. olie
- 9. ziekenhuis
- 10. tegelijk
- 11. verkleumd
- 13. aan
- 14. toegestaan
- 16. enige
- 19. hulp
- 20. al
- 21. toekomst
- 23. verbaasd zijn
- 26. (zo)als