Kleuren en Jaargetijden

123456789101112131415
Across
  1. 5. ; Hij is een grote leugenaar
  2. 6. ; Niet alles is zoals het lijkt
  3. 8. ; Jong en onervaren zijn
  4. 9. In mei begint het broedseizoen
  5. 10. In bepaalde gevallen kun je beter niets zeggen dan iets doms zeggen
  6. 11. ; In de schulden komen
  7. 12. Je in je laatste levensfase bevinden
  8. 14. ; Er komt altijd weer een tijd dat het beter gaat
  9. 15. ; Afgewezen worden in de liefde
Down
  1. 1. ; In maart kan het nog stormachtig weer zijn
  2. 2. ; Een goede indruk maken bij iemand
  3. 3. ; Een ernstige waarschuwing krijgen
  4. 4. Dat is een zeer winstgevende handel
  5. 5. ; Zij brengt vreugde
  6. 7. Als één ding verkeerd gaat dan hoeft nog niet alles verkeerd te gaan
  7. 13. ; Het is snel weg en onduidelijk waar het gebleven is