Koken

123456789101112131415161718
Across
  1. 6. (brood)deeg omhoog laten komen
  2. 7. iets mengen met je handen, je knijpt er dan eigenlijk in
  3. 9. het baksel blijft wat aan de pan plakken
  4. 11. het om en om draaien van eten
  5. 12. een hoeveelheid kruiden die net tussen je duim en wijsvinger past
  6. 13. het puntje van het mes, word ook wel gebruikt als een maat.
  7. 16. een heel dun laagje bloem over iets doen
  8. 17. zachtjes koken
  9. 18. het vast worden van vloeistof
Down
  1. 1. het dik maken van bijvoorbeeld een saus
  2. 2. het gebakken brood voor in de soep
  3. 3. de borden opdienen/op tafel leggen met eten erop
  4. 4. het velletje ervan af laten
  5. 5. dit moet je doen om van aardappelen puree te maken
  6. 8. vlees dat niet gaar is, dat is...
  7. 10. iets insmeren met boter
  8. 14. iets voor het koken in een marinade/kruidensausje leggen
  9. 15. onderdeel van het bestek