Kriebeldieren

1234567891011121314151617181920212223242526272829
Across
  1. 2. De larve van het lieveheersbeestje eet kleine ........, zoals bladluizen.
  2. 10. Door de voelsprieten van andere mieren aan te tikken geven mieren een ......... door.
  3. 12. Uit het eitje van een vlinder komt er een ....., dit noemt ook een rups bij een vlinder.
  4. 13. Een lieveheersbeest is een soort k.... .
  5. 14. Iemand die bijen houdt en de honing verzamelt van de bijen, noemen we een ..... .
  6. 17. De harde schilden op de rug zijn er om de ........ te beschermen van het lieveheersbeestje.
  7. 20. Het eitje van een lieveheersbeestje is klein, .... en langwerpig.
  8. 22. Welk woord past in het rijtje? Eitje, larve, ..., bij.
  9. 23. De moeder van de mieren noemen we de ........ .
  10. 24. Het lieveheersbeestje legt zijn eitjes aan de ......... van het blad.
  11. 26. Rupsen wisselen verschillende keren van huid, dit noemen we ......... .
  12. 27. De mannetjesbij noemen ze ook een ... .
  13. 28. Nectar met bijenspuug is eigenlijk ...... .
  14. 29. Bijen vliegen van bloem naar bloem om nectar en ......... te verzamelen.
Down
  1. 1. Een kriebeldier met een schild dat houdt van natte, vochtige plekjes waar er niet veel licht is: ........ .
  2. 3. De rupsen van de vlinder eten eerst de .......... op.
  3. 4. Het lieveheersbeestje eet vooral .......... .
  4. 5. De wandelende tak eet ........ .
  5. 6. De spin heeft meestal .... ogen.
  6. 7. De spin maakt haar web van ........... die ze spint met haar lichaam.
  7. 8. Een wandelende tak bestaat uit drie delen: kop, ......... en achterlijf net zoals andere insecten.
  8. 9. Als de sprinkhaan uit het eitje komt, zijn de pootjes nog niet erg ...... .
  9. 11. Dit dier heeft een heel buigzaam lijf en woont graag onder takken en bladeren: ........... .
  10. 15. Regenwormen maken de aarde luchtig door de ....... die ze graven.
  11. 16. Een spin heeft ... knieƫn per poot.
  12. 18. Een regenworm kan kruipen doordat hij zijn ....... samentrekt.
  13. 19. Een bodemdier zonder skelet dat geen ogen heeft: ......... .
  14. 21. De spin beschermt haar eitjes, ze maakt een ....... .
  15. 25. Vlinders hebben een heel lange .... .
  16. 28. In dit seizoen legt de spin haar eitjes: ...... .