Kruiswoordpuzzel over paragraaf 2

1234567891011121314151617
Across
  1. 4. een zone waar het zomers niet kouder word dan 15 C.
  2. 8. sneeuw dat er altijd ligt.
  3. 11. klimaat waar het niet warm of koud is.
  4. 12. een zone waar het zomers niet warmer word dan 15 C.
  5. 13. hoe warm het is.
  6. 14. een natuurlijk landschap.
  7. 15. de omstandigheden met het weer op een bepaalde plek.
  8. 17. een koude vlakte zonder bomen.
Down
  1. 1. klimaat waar het erg koud nis en geen planten groeien.
  2. 2. regen, sneeuw of hagel.
  3. 3. klimaat waar het warm en vochtig is.
  4. 5. een grens waar het te koud voor bomen is.
  5. 6. de streken van de twee poolen.
  6. 7. opgestapeld sneeuw dat is samengeperst tot ijs.
  7. 9. de warmte of lengte, breedte.
  8. 10. klimaat waar het erg droog is.
  9. 16. de temperatuur en neerslag buiten.