Kruiswoordpuzzel week 49

12345678910
Across
  1. 3. van nu
  2. 5. wanneer je zelf kunt doen of beslissen wat je wilt
  3. 6. toen, in die tijd
  4. 8. uitkiezen
  5. 9. spreken of schrijven om iets voor elkaar te krijgen
  6. 10. de situatie
Down
  1. 1. uitvoeren (meestal een misdaad)
  2. 2. een prijs die je krijgt als je iets bijzonders hebt gedaan
  3. 4. een geldbedrag met een bepaald doel
  4. 7. ergens geld of tijd aan besteden