Kruiswoordraadsel woordenschat thema 5

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 2. iets dat helpt of waarmee je iets kan doen
  2. 3. je hebt er maar eentje
  3. 5. in beeldspraak: de figuurlijke betekenis
  4. 7. staan altijd bij een zelfstandig naamwoord, er zijn 3 soorten
  5. 11. iets waardoor je meer over een onderwerp te weten komt
  6. 12. een gesprek dat je voert met anderen waarin iedereen zegt wat hij of zij ergens van vindt
  7. 15. hij let op de dingen die gelukt zijn, niet op de dingen die fout gaan
  8. 16. uitleggen waarom jij gelijk hebt
  9. 18. iemand die iets pijnlijks, akeligs of ergs meemaakt zonder dat hij of zij er kan aan doen
  10. 20. iemand die je kan vertrouwen
  11. 21. iemand met een mooi praatje overhalen iets te doen
  12. 23. hoe iets is, een ander woord is toestand
  13. 24. snel veel (willen) eten of drinken
Down
  1. 1. je hebt er meer
  2. 4. naamwoord met een achtervoegsel -je, -pje, -tje of -etje
  3. 6. wie producten uit de winkel koopt of gebruikt
  4. 8. envelop
  5. 9. uitvlucht
  6. 10. opzettelijk dingen zeggen die niet waar zijn, omdat je niet wilt dat de waarheid gezegd wordt
  7. 13. je word plotseling heel angstig, je weet niet meer wat je moet doen, soms doe je dan rare, onverstandige dingen
  8. 14. precies zoals het er staat: iets letterlijk opvatten
  9. 17. wordt steeds met een hoofdletter geschreven en is de naam van een dier, ding of plaats
  10. 19. heeft een fabriek waar producten worden gemaakt
  11. 22. iets met erge gevolgen