Lekker

12345678910111213141516171819
Across
  1. 3. De durf om iets moeilijks of engs te doen.
  2. 4. Mooi.
  3. 8. Iet wat niet makkelijk is.
  4. 9. Hoe je je voelt.
  5. 12. Een zenuwachtig gevoel.
  6. 14. Het plezier dat je van tevoren hebt.
  7. 16. De stemming die ergens is. In de klas is er een fijne ....
  8. 18. Dingen klaarzetten en regelen voordat je begint.
  9. 19. Iets heel fijn vinden
Down
  1. 1. Met zout.
  2. 2. Een mengsel waarvan je iets kunt bakken.
  3. 5. Gezellig
  4. 6. Anders dan gewoon
  5. 7. Een beschrijving van hoe je een gerecht klaarmaakt.
  6. 10. Doorgaan,ook als het moeilijk wordt.
  7. 11. Klaarmaken.
  8. 13. Fijn.
  9. 15. Nauwkeurig.
  10. 17. Een heel klein beetje, bijvoorbeeld zout.