Lekker *
Across
- 2. Met zout.
- 3. Het plezier dat je van tevoren hebt.
- 5. Een beschrijving van hoe je een gerecht klaarmaakt.
- 7. Klaarmaken.
- 8. Een heel klein beetje, bijvoorbeeld zout.
Down
- 1. Dingen klaarzetten en regelen voordat je begint.
- 4. Fijn.
- 6. Gezellig
- 7. Een mengsel waarvan je iets kunt bakken.
- 8. De stemming die ergens is. In de klas is er een fijne ....