LS1U1APP124NF

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Across
  1. 2. het meisje
  2. 8. goededag
  3. 9. (f) de school
  4. 10. hier is / hier zijn
  5. 13. hoe gaat het? ( - tussen de woorden)
  6. 15. hoi
  7. 16. wie
  8. 17. daar,daarginds ( - tussen de woorden)
  9. 18. het land
  10. 21. meneer
  11. 23. de straat
  12. 24. bedankt
  13. 27. mooi, leuk
  14. 29. voorstellen
  15. 31. de jongen
  16. 32. dag
  17. 33. de klas
  18. 36. de stad
  19. 38. ik heet ( - tussen de woorden)
  20. 40. leuk
Down
  1. 1. Nederlands
  2. 3. nieuw
  3. 4. wonen
  4. 5. het is / dat is
  5. 6. daar is / daar zijn
  6. 7. er is / er zijn
  7. 11. tot later ( - tussen de woorden)
  8. 12. mevrouw
  9. 14. tot ziens ( - tussen de woorden)
  10. 16. de wijk
  11. 19. ook
  12. 20. groot
  13. 22. ja
  14. 25. Frankrijk
  15. 26. Frans
  16. 28. waar
  17. 30. de middelbare school (klas 1, 2, 3)
  18. 34. (m) de vriend
  19. 35. hoi
  20. 37. nee
  21. 39. ik?