Medische Termen
Across
- 4. = het Latijnse achtervoegsel dat er op wijst dat er een ontsteking aanwezig is.
- 5. = een namaakmedicijn, het heeft geen echte werking. Het werkt alleen omdat je gelooft dat het werkt.
- 6. = Een verzamelnaam voor oogaandoeningen waarbij het licht van buitenaf niet goed op de achterkant van het oog valt.
- 7. = kramp dat een vernauwing in de luchtpijptakken veroorzaakt.
- 9. = een oogaandoening waarbij vertroebeling van de ooglens optreedt. Dit leidt tot minder scherp zicht, ook cataract genoemd.
- 13. = ophoping van pus in het lichaam, ook wel etterbuil genoemd.
- 15. = ook rode hond genoemd is een goedaardige infectieziekte met huiduitslag, die zowel bij kinderen als bij volwassenen kan voorkomen. Bij zwangere vrouwen kan de ziekte echter zware gevolgen meebrengen voor de foetus. De ziekte kan worden vermeden door vaccinatie.
- 17. = Vernietiging van een vijandige cel door een door ons immuunsysteem afgescheiden cel naar de schadelijke bestanddelen ‘op te eten’. Het is een vorm van niet-specifieke afweer.
- 19. = een medisch specialist die de oogheelkunde beoefent. Ook wel oogarts genoemd
- 20. = een overmatige reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen.
- 24. = een combinatie van hartmassage en mond-op-mond beademing, met de bedoeling iemands leven te redden.
- 28. = een holte in het lichaam waar lucht of vocht in zit, het kan goedaardig of kwaadaardig zijn.
- 29. = een afplatting in het midden van de voet. Bij een normale voet raakt het midden van de voet de grond niet aan.
- 30. = Een cel die nog geen specialisatie heeft en nog kan uitgroeien tot eender welke celtype.
- 31. = Een persoon die behandelingen doet ter voorkoming of genezing van afwijkingen aan het beenderstelsel of gewrichts- en spierpijnen
Down
- 1. = een geneesmiddel dat bacteriële infecties bestrijd. Het wordt meestal geproduceerd door andere bacteriën zoals bv: penicilline.
- 2. = Een Franse wetenschapper die het vaccin voor hondsdolheid en de pasteurisatietechniek om zijn naam heeft staan.
- 3. = stofwisselingsziekte waarbij het bloed herhaaldelijk een te hoog suikergehalte heeft als gevolg van een tekort aan insuline.
- 8. = seksueel overdraagbare aandoening
- 10. = fotograferen aan de hand van röntgenstralen.
- 11. = chronische oogziekte waarbij de oogzenuw beschadigd raakt door een verhoogde oogdruk
- 12. = Een chemische stof die zenuwprikkels over het hele lichaam verspreidt.
- 14. = Het kleinste werkende onderdeel in een nier. Ze worden ook wel nierlichaampjes genoemd. Het is een groepje gespecialiseerde cellen, die samen in staat zijn alles te doen wat nodig is om afvalstoffen uit het bloed te filteren. Ze zetten dit om in bv: urine.
- 16. = Een bloeduitstorting op de huid, in de volkmond wel blauwe plek genoemd.
- 18. = een ernstige vorm van overgewicht die je kan herkennen aan overmatige consumptie van ongezonde voeding, en te weinig sport. Het kan morbide worden bij zeer ongewone gevallen.
- 21. = Het ongecontroleerd samentrekken van het middenrif. Leidt soms tot grappige situaties. Ook wel ‘De hik’ genoemd.
- 22. = Een aandoening waardoor slijtage van het kraakbeen voor een onaangenaam gevoel zorgt. Ook wel gewrichtsontsteking genoemd.
- 23. = Leukemie is een verzamelnaam van verschillende soorten bloedkanker. Het is een ernstige, soms levensbedreigende kanker van witte bloedcellen.
- 25. = Geneesmiddel dat celgroei en celdeling remt. Veel gebruikt bij kanker.
- 26. = Een virusziekte die een ontsteking van de grijze stof in het ruggenmerg veroorzaakt, het leidt tot kinderverlamming. Het vaccin ervoor behoort tot onze basis verplichte vaccins.
- 27. = Een bultje op het bovenste of onderste ooglid, het is het gevolg van een verstopping van een talgklier.