meesleenheer 1.4

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 3. lading, hoop
  2. 5. ergens aanzitten, door je handen laten gaan
  3. 6. aandurven, aankunnen
  4. 8. beleefd
  5. 9. vervelend, saai
  6. 12. (des)ondanks
  7. 13. vastgrijpen, omklemmen
  8. 17. bereik, ontvangst
  9. 18. grote koffer
  10. 19. vastzittend, klem
  11. 21. iets van plan zijn, zich iets vernemen
  12. 22. niet in staat om
  13. 23. lengte
Down
  1. 1. formeel
  2. 2. ombouwen
  3. 4. album
  4. 7. emotioneel
  5. 10. dierbaar
  6. 11. verwaarlozen
  7. 14. onmiddellijk
  8. 15. contact houden
  9. 16. rommel
  10. 20. trofee