met woorden in de weer 1

12345678910111213141516
Across
  1. 3. toespraak van de koning
  2. 5. invoeren
  3. 6. ergens ingaan
  4. 9. gewricht tussen onder en bovenarm
  5. 11. geldzaken
  6. 13. producten
  7. 14. gewoonten
  8. 16. zons-of maansverduistering
Down
  1. 1. ergens uitgaan
  2. 2. uitvoeren
  3. 4. situatie de toestand
  4. 7. alleenspraak
  5. 8. een lach van oor tot oor
  6. 10. krijgen
  7. 12. afgeven
  8. 15. onderdeel Romeinse leger met een eigen leider