Mets au présent et complète la grille. Attention IJ = 2 lettres dans la grille.
Across
- 6. ik schrijven
- 7. ik zingen
- 8. jullie leren
- 9. ik begrijpen
- 10. hij hebben
- 11. ik doen
- 13. ik staan
- 14. je rijden
- 16. u kijken
- 17. je kunnen
- 18. ik trekken
- 21. ze pl. eten
- 22. ik huren
- 23. ik tonen
- 26. hij gaan
- 28. jullie vertrekken
- 29. het gebeuren
- 30. ik halen
- 32. ik lezen
- 34. ik blijken
- 35. ik domineren
- 39. hij zwemmen
- 40. hij brengen
- 42. ze pl. roeien
- 46. ze pl. blijven
- 47. jullie worden
- 49. je wachten
- 51. u eten
- 52. hij willen
- 53. ik zien
- 54. ik zijn
- 55. u kopen
Down
- 1. u luisteren
- 2. hij mogen
- 3. we lopen
- 4. u reizen
- 5. we zijn
- 6. ik spreken
- 9. we beginnen
- 12. je ondervragen
- 13. hij slapen
- 15. jullie wonen
- 19. we begrijpen
- 20. we bezoeken
- 24. jullie organiseren
- 25. ik bewegen
- 27. hij overdrijven
- 31. ik lopen
- 33. u praten
- 36. hij zijn
- 37. je tekenen
- 38. ze pl. vertellen
- 41. je hebben
- 43. ik nemen
- 44. jullie zitten
- 45. ik gaan
- 48. ik drinken
- 49. u wonen
- 50. ik hebben
- 53. je zeggen