MIL - deel 1 tot 4
Across
- 2. Soldaten van de infanterie hebben soms een bruine ... op hun hoofd.
- 4. ... Is de eerste werkdag na de week.
- 8. een ... euro is vijftig cent.
- 10. ... Jij in Brussel? Ja, ik ... in een appartement in Brussel.
- 12. Ik was vroeger getrouwd, maar nu niet meer. Nu ben ik ...
- 13. Hoe ... Jij? Ik ben Frank Peeters.
- 15. Met een potlood schrijf ik in mijn cursus en teken ik op papier.
- 17. Ik heet Jan Jannsens, Jannsens is mijn ...
- 19. Ik neem al mijn spullen mee in een ..., dat is een zak op mijn rug.
- 20. Het is heel ... het is maar 3 graden Celcius.
- 21. Het ... al de hele dag. Er is geen zon, ik word helemaal nat.
Down
- 1. Ik ben ..., mijn vrouw heet Pauline.
- 3. Ik spreek Nederlands, welke ... spreek jij?
- 5. Ik heb twee kinderen: één zoon en één ...
- 6. Het is zonnig, de zon ...
- 7. soldaten gebruiken een geweer om te schieten (pang pang)
- 9. Hoe ga jij naar huis? Ik ga te ...
- 11. het is bewolkt, er zijn veel wolken maar gelukkig regent het niet.
- 14. Ik heet Jan Jannsens, Jan is mijn ...
- 16. Hoe ... het met je? Goed, en met jou?
- 18. ... is de laatste dag van de werkweek, daarna is het weekend.