Nederlands

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 1. inlevingsvermogen
  2. 3. brandmerk/schandvlek
  3. 5. vermogen of kracht
  4. 7. bepalen waar iets zich bevindt
  5. 10. wettig/rechtmatig
  6. 11. ergens zorgzaam mee omgaan
  7. 12. vorm van manipulatie
  8. 14. verblinding
  9. 16. uiterst modern
  10. 18. nauwelijks
  11. 19. schijnbare tegenstrijdigheid
  12. 20. enkel/alleen
  13. 23. wezen/hoofdzaak
  14. 24. werkkleding
  15. 25. in werkelijkheid
Down
  1. 2. bedoeling
  2. 4. volkenmoord
  3. 5. toenemend/stijgend
  4. 6. periode van tien jaar
  5. 8. danst op hoog niveau
  6. 9. verzameling van papieren met gegevens van 1 zaak
  7. 13. blond haar en groen/bruine ogen
  8. 15. gelijktijdig
  9. 17. niet in verhouding
  10. 21. verzwakken
  11. 22. wijze waarop je naar iets kijkt