Nederlands Thema 5 Vervoer

1234567891011121314
Across
  1. 3. alle mensen, fietsen en voertuigen die op straat lopen of rijden
  2. 4. iemand die in een trein of een tram de vervoersbewijzen controleert
  3. 7. de momenten van de dag dat het heel druk is in het verkeer
  4. 9. het geld dat je als straf moet betalen
  5. 10. de vaste tijden waarop treinen, trams of bussen rijden
  6. 11. iemand die trein bestuurt
  7. 14. als je door omstandigheden later aankomt dan normaal
Down
  1. 1. een middel waar jij je mee verplaatst
  2. 2. een lange rij auto's die stilstaan of langzaam vooruitgaan
  3. 3. een bewijs dat je betaald hebt voor een reis
  4. 5. een onverwachte gebeurtenis die vaak schrik en soms pijn veroorzaakt
  5. 6. het bewijs dat je betaald hebt om ergens regelmatig gebruik van te maken
  6. 8. alle treinen, bussen en trams waar iedereen gebruik van kan maken
  7. 12. een bewijs dat je iets mag besturen
  8. 13. iemand die een wagen bestuurt